Home ‘Soms doe ik alsof ik neurotypisch ben’

‘Soms doe ik alsof ik neurotypisch ben’

Interview met Codam-student Koen (29, autisme)

Codam-student Koen

‘Ik heb netjes mijn vwo afgemaakt, ondanks dat ik niet zo’n prettige schooltijd heb gehad. Mijn leraren wisten niet wat zij met mij aan moesten. Klasgenoten wisten het maar al te goed, als je begrijpt wat ik bedoel. Ja, ik ben veel gepest. Het was constant aanwezig. School zei: ‘Negeer het maar, dan gaat het vanzelf wel over’. En ik was zo naïef om dat te geloven.

Na de middelbare school heb ik tevergeefs twee studies geprobeerd – twee jaar biologie en daarna ook nog kort antropologie. De kennis kon ik prima opnemen. Ik had echter grote moeite om aan het werk te gaan. Uiteindelijk stortte ik compleet in; ik durfde niet meer de deur uit te komen. Daarna heb ik vooral in therapie gezeten een een paar kleine baantjes gehad. Een paar jaar was ik bijvoorbeeld postsorteerder. Het bedrijf kon mij echter geen vast contract aanbieden, daarom moest ik daar op een gegeven moment weer weg.

Mijn woonbegeleider – ik woon begeleid in Amsterdam – wees mij vorig jaar op de komst van  deze nieuwe school. Op dat moment was ik een complete kluizenaar – ik zat heel veel alleen thuis achter de computer. Ondanks dat ik nooit de neiging had om te leren wat er allemaal achter het scherm gebeurt, vond ik deze opleiding goed genoeg om te proberen.

Mijn droom is om straks in de gaming industry te gaan werken. Ik heb in mijn leven tot nu toe heel veel tijd doorgebracht in films en games. Misschien wel omdat ik in het échte leven nooit helemaal leek te passen.  Het gaat nog wel een half jaartje duren voordat ik ook maar een beetje in staat zal zijn om games te maken, maar ik heb hier nu in korte tijd al veel meer geleerd dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Volgens een vriend van mij, die al langer bezig is met programmeren, gaan we hier bij Codam  ‘ziek hard’.

The Holy Graph

Je bent op deze school heel erg vrij; dat is belangrijk voor mij. Ik ben geen nachtwezen, maar ik zou hier gerust om twaalf uur ’s nachts binnen kunnen wandelen. Tegelijkertijd is het volstrekt helder wat je als student moet doen. In het begin krijg je een soort plattegrond van het curriculum uitgereikt – die wordt hier een beetje hoogdravend The Holy Graph genoemd. Daarop staan alle projecten die je tijdens deze studie kunt gaan doen. De eerste projecten zijn voor iedereen verplicht, maar daarna kies je al gauw je eigen richting.

De school heeft eigenlijk echt een game-structuur, met allerlei levels die je kunt bereiken. Op de school-app kan je in een grafiek precies zien hoe ver je bent gekomen. Dat vind ik heel sterk.

In het begin vond ik het wel frustrerend dat er hier geen leraren zijn. Maar nu ben ik er helemaal aan gewend. Je moet gewoon blijven zoeken op het internet. En als je er echt niet uitkomt, dan vraag je het aan je medestudenten. Weten zij het óók niet, dan zoek je samen verder. Uiteindelijk komt er altijd wel iemand achter het antwoord en dat verspreidt zich dan razendsnel door de hele groep.

Evaluatiepunten

Persoonlijk vind ik het moeilijk om écht sociaal te wezen, maar vragen stellen dat lukt mij wel. Wij hebben allemaal een gezamenlijk onderwerp – het programmeren – dat maakt het sociaal gezien makkelijker. Ik heb hier geleerd dat je code écht beter wordt als je er meerdere mensen naar laat kijken. Tijdens de verplichte evaluaties vragen medestudenten mij bijvoorbeeld: hoe werkt dit? Of: waarom doe je het niet zo? Zo krijg je de kans om je product sterker te maken.

Zelf evalueer ik ook regelmatig het werk van anderen. Dat moet ook wel, want daarmee verdien ik de punten die ik nodig heb om zelf geëvalueerd te worden. Dat puntensysteem vind ik echt heel mooi. Al heb ik wel het idee dat er een paar kleine gaatjes in zitten. Er zijn zo nu en dan namelijk periodes waarin helemaal niemand meer over voldoende evaluatiepunten lijkt te beschikken. Dan worden er door school wat speciale acties ondernomen om er weer wat in de pool te krijgen.

Sociale gezicht

Tot nu toe gaat het goed met mijn studie. Ik voel veel voldoening als ik een opdracht heb afgerond. Inmiddels heb ik wel wat studievertraging opgelopen door psychische issues. In verband met een depressie kwam ik wekenlang niet opdagen. Van school kreeg ik toen het berichtje: ‘We zien dat je al een tijdje niet bent geweest. Kunnen we er even over praten wat je tegenhoudt?’ Nadat ik mijn situatie had uitgelegd waren ze heel begripvol. Als ik de tijd nodig had om mijzelf bijeen te rapen, dan mocht ik die nemen.

Ik ben hier heel open over mijn autisme. Ik meld het bijvoorbeeld als ik weer eens iemands gezicht ben vergeten. Ja, daar heb ik grote moeite mee. Soms ken ik alléén iemands schermcode. Als ik het uitleg ervaar ik meestal veel begrip. Het is hier voor mij echt veel beter dan op de universiteit. Ik word nergens toe gedwongen als het mij even niet lukt om mijn sociale gezicht op te zetten. Om behulpzaam en vriendelijk te zijn. Soms zit ik daarvoor gewoon te veel in mijn eigen hoofd en heb ik rust nodig.

Ik weet niet of ik mijn autisme vaak camoufleer. Maar er zit denk ik wel duidelijk een stukje performance bij. Af en toe doe ik alsof ik neurotypisch ben. Zo facilitair ik anderen om met mij te werken. Door te lachen, vriendelijk te zijn en anderen zichtbaar aandacht te geven. Ik denk dat veel mensen met autisme prima luisteren, maar dat het soms lijkt alsof ze ongeïnteresseerd zijn. Daarom vind ik een stukje performance zo belangrijk, hoe vermoeiend dat ook kan zijn.’

Door onze redacteur Julie Wevers

Lees ook het interview met Codam-student Noah ‘leraren heb ik hier tot nu toe nog niet gemist’

Lees ook het artikel Een gratis programmeerschool, óók voor drop-outs