Home Over autisme Wat is autisme? Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

één autisme-diagnose: de ‘autismespectrumstoornis'

De voorloper van de in 2013 verschenen DSM-5, de DSM IV, kende nog verschillende subtypen van autisme, zoals de autistische stoornis (ook wel ‘klassiek autisme’ of ‘syndroom van Kanner’ genoemd), het syndroom van Asperger of PDD-NOS.

De DSM-5, de meest recente versie van het Amerikaanse handboek voor psychische stoornissen, spreekt nu nog maar van één autisme-diagnose: de ‘autismespectrumstoornis (ASS)’. De diagnose wordt gesteld wanneer je voldoet aan alle kenmerken genoemd in domein A en 2 van de 4 kenmerken in domein B.

A. Blijvende tekorten in de sociale communicatie en interactie, zoals blijkt uit:

  • tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid
  • tekorten in het voor sociale omgang gebruikelijke non-verbale communicatieve gedrag
  • tekorten in aangaan, onderhouden en begrijpen van relaties

B. Beperkte zich herhalende gedragspatronen, beperkte interesses en activiteiten, zoals blijkt uit:

  • stereotype of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak
  • hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, star gehecht aan routines of geritualiseerde gedragspatronen
  • zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn
  • over- of onder reageren op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor zintuiglijke aspecten van de omgeving

Voor alle nieuwe diagnoses

De DSM-5 zal gaan gelden voor alle nieuw te stellen psychiatrische diagnoses. De NVA vindt het van groot belang dat een diagnose méér is dan alleen het ‘label’ uit het handboek: een goede diagnose is ook handelingsgericht. Dit houdt in dat de gz-psycholoog of psychiater in kaart brengt welke beperkingen en sterke kanten het autisme van iemand kenmerken en vervolgens concrete adviezen voor hulp op maat meegeeft. We maken ons er sterk voor dat ook dáár aandacht aan wordt besteed tijdens de scholing van psychiaters en gz-psychologen in het hanteren van het nieuwe handboek.

Voor- en nadelen

De NVA ziet voor- en nadelen van de nieuwe diagnose ASS voor onze achterban. We vinden de term Autisme Spectrum Stoornis een verbetering ten opzichte van de verschillende vormen en benamingen van autisme in de vorige editie van het handboek. De nieuwe term geeft beter aan dat die verschillende vormen in de kern op elkaar lijken. Het onderscheid tussen ‘mild’ en ‘ernstig’ biedt bovendien naar onze mening meer mogelijkheden dan voorheen om individuele verschillen aan te geven in de ernst van de beperkingen die mensen met ASS ervaren.

‘Milde’ vormen?

De NVA maakt zich wel zorgen over wat psychiaters in de praktijk gaan verstaan onder ‘milde’ vormen van autisme en ook over hoe zorgverzekeraars hiermee om zullen gaan: in hoeverre zullen mensen met een bestaande diagnose PDD-NOS of Asperger en een hoge intelligentie nog binnen de criteria vallen en aanspraak op autismehulp kunnen maken? Of zullen mensen juist ten onrechte een ‘label’ gaan krijgen, zonder dat zij psychiatrische hulp nodig hebben?

Etiket

Een zorgpunt dat hiermee samenhangt is de actuele discussie over de mate waarin ‘etikettering’ zinvol is: die discussie kan leiden tot bagatellisering van psychische problematiek, of stigmatisering van mensen met een ‘etiket’. De NVA zal zich actief in deze discussie blijven mengen en zich sterk maken voor positieve en realistische beeldvorming over autisme.

Laat het ons weten

De praktijk zal de komende jaren moeten uitwijzen wat de gevolgen van het gewijzigde handboek zullen zijn voor de diagnosestelling. De NVA zal de invoering nauwgezet volgen. Mocht u te maken krijgen met  onduidelijkheden of onrechtmatigheden bij nieuwe diagnoses volgens de DSM-5, laat het ons weten via het mailadres meldpunt@autisme.nl (o.v.v. “DSM-5”).