Home Nieuws Dullaert: ‘Ik zie samenwerkingsverbanden die te veel op de centen zitten’
20 februari 2018Dullaert: ‘Ik zie samenwerkingsverbanden die te veel op de centen zitten’

Gisteren werd bekend dat het aantal kinderen dat langdurig thuis zit niet daalt. Vijf vragen over thuiszitters aan voormalig Kinderombudsman Marc Dullaert, ‘aanjager’ van het Thuiszitterspact.  

  Marc Dullaert 2018  

Marc Dullaert, ‘aanjager’ van het Thuiszitterspact 

Het aantal kinderen dat langdurig thuis zit daalt niet, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het ministerie van OCW. Zijn al uw inspanningen als ‘aanjager’ van het Thuiszitterspact voor niets geweest?

‘Eerlijk gezegd valt het aantal kinderen dat in het school-jaar 2016-2017 langer dan drie maanden thuis zat mij heel erg mee. Als aanjager heb ik namelijk flink gehamerd op de verbetering van de registratie van thuiszitters en als gevolg daarvan had ik juist een stijging verwacht. De vier grote steden – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht – hebben inmiddels een goed registratiesysteem en daar zie je nu ook inderdaad een lichte stijging van het aantal thuiszitters.’

De registratie van thuiszitters is nog helemaal niet goed op orde, zo blijkt uit de brief van minister Slob van OCW gisteren aan de Tweede Kamer.

‘Landelijk gezien zie je inderdaad een heel wisselend beeld.’

In een door het ministerie van OCW verspreid interview bent u opvallend positief over uw periode als aanjager van het Thuiszitterspact. Waarom?

‘Laat ik voorop stellen dat elke thuiszitter er één te veel is. Het is heel erg moeilijk voor kinderen als zij worden uitgesloten van het onderwijs. Maar kijk je puur naar hoe het gaat met de oplossing van het thuiszittersprobleem, dan is het zeker geen tranendal. Ik zie dat probleem als een olietanker – het kost gewoon heel veel tijd en energie om die te keren.

De afgelopen periode heb ik gezorgd voor een goede kopgroep die wordt gevormd door de vier grote steden, de zogeheten G4. En die laat zien dat het wel degelijk mogelijk is om het thuiszittersprobleem aan te pakken met alle betrokken partijen zoals scholen, jeugdhulp, gemeenten en justitie.

Ongeveer drie maanden geleden sloten 32 middelgrote gemeenten zich bij de G4 aan. Dat is in mijn ogen echt een belangrijke mijlpaal want zij gaan nu de good and bad practices leren van de kopgroep. Bijvoorbeeld als het gaat om het weghalen van de schotten tussen de budgetten voor onderwijs en zorg. De komende maanden ga ik de regio’s helpen om de doelstellingen uit het landelijke Thuiszitterspact te realiseren.’

De belangrijkste doelstelling is: in 2020 geen kind langer dan drie maanden zonder onderwijs. Gaat dat lukken? 

‘Wel als alle andere gemeenten net zoveel voortvarendheid tonen als de vier grote steden. Als óók zij bijvoorbeeld gaan zorgen voor een goede registratie van thuiszitters en voor goede samenwerking tussen onderwijs en zorg. En als dat de grote steden is gelukt, waarom dan niet de kleinere gemeenten?’

Wat kan het onderwijs zelf doen aan het terugdringen van aantal thuiszitters?

‘Ik reis als aanjager veel door het land en ik zie her en der samenwerkingsverbanden die te veel op de centen zitten, dat belemmert het functioneren van passend onderwijs. Tijdens regionale kennisbijeenkomsten hoor ik bijvoorbeeld vaak de hartekreet dat de intern begeleider of de zorgcoördinator de sluitpost van de begroting vormen. Terwijl zij zo ontzettend belangrijk zijn om passend onderwijs mogelijk te maken. Scholen zonder sterke zorgcoördinator of intern begeleider hebben vaak minder ruimte voor zorgleerlingen. En dat kan ik ze niet kwalijk nemen, want ze moeten de ondersteuning natuurlijk wél waar kunnen maken.’

Door onze redacteur Julie Wevers

Dit artikel is gepubliceerd op 20 februari 2018

Lees ook: Het aantal thuiszitters daalt niet (Autisme.nl, 19 februari) 

button test 2