Home Nieuws Jeugdhulp onbereikbaar voor kwetsbare gezinnen
30 januari 2018Jeugdhulp onbereikbaar voor kwetsbare gezinnen

Evaluatie-Jeugdwet-jan18Bijna één op de drie ouders vindt dat het veel moeite kost om jeugdhulp te krijgen. Vooral de meest kwetsbare gezinnen vinden maar moeilijk de weg naar zorg. 

Dit blijkt uit de Eerste evaluatie Jeugdwet die vandaag is aangeboden aan minister Hugo de Jonge (CDA) van VWS. Veel ouders weten niet wat hun rechten zijn als het gaat om jeugdhulp, zo blijkt uit de evaluatie – een lijvig rapport van meer dan zeshonderd pagina’s. Twee van de drie ouders weten bijvoorbeeld niet dat zij recht hebben op een onafhankelijke cliëntondersteuner. Bijna de helft weet niet dat er indien nodig een vertrouwenspersoon ingeschakeld kan worden.

Ook de rechtsbescherming van gebruikers en betrokkenen in de jeugdzorg schiet volgens de onderzoekers nog tekort. Bestaande rechtswaarborgen – bijvoorbeeld het recht om betrokken te worden bij belangrijke beslissingen – worden nog niet goed uitgevoerd. Ook bestaat er op dit moment een grijs gebied tussen ‘drang’ en ‘dwang’ waarin ouders nauwelijks rechtsbescherming genieten. 

Huisartsen

Hebben zij de hulp eenmaal weten te bemachtingen, dan zijn de meeste ouders tevreden over de jeugdhulp. Juist de meest kwetsbare gezinnen zijn echter het minst tevreden. Deze groep – die kampt met problemen op meerdere gebieden zoals schulden of gebrek aan goede huisvesting – ervaart ook de meeste problemen bij de toegang tot de jeugdhulp. Volgens de onderzoekers zal hier de komende tijd hard aan moeten worden gewerkt – niet alleen door gemeenten, maar ook door huisartsen, scholen en de jeugdgezondheidszorg.

Belangrijk doel van de drie jaar geleden ingevoerde Jeugdwet was om de jeugdhulp te ‘demedicaliseren’. Dankzij  meer laagdrempelige hulp dicht bij huis, moest de forse groei van de specialistische jeugdhulp tot staan worden gebracht. Dit is nog niet gelukt, zo stellen de onderzoekers nu vast. ‘Het fundament ligt er, maar het gebouw moet nog tot stand komen’, aldus hoofdonderzoeker Roland Friele van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL). ‘Dat is geen schande, het kost gewoon tijd. Wij zien gemeenten die echt heel hard aan de slag zijn gegaan.’ Ook minister De Jonge gaf aan dat er ‘nog een hele hoop werk aan de winkel is.’

Specialisten

Zo moet in veel gemeenten nog een samenhangende aanpak tot stand komen tussen verschillende domeinen zoals jeugdhulp, onderwijs, schuldhulpverlening, participatie en huisvesting. Ook zullen de verschillen tussen de lokale teams (afhankelijk van de gemeente hebben die namen als ‘wijkteam’, ‘buurtteam’ of ‘wijknetwerk’) kleiner moeten worden, bijvoorbeeld als het gaat om deskundigheid. Terwijl het ene lokale team slechts doorverwijst,  bestaat het andere uit specialisten die meteen zelf hulp kunnen verlenen. Volgens de onderzoekers zullen in de toekomst álle lokale teams direct hulp moeten kunnen verlenen en dienen ze hiervoor ook voldoende kennis in huis te hebben.

Een gedeelde visie tussen gemeenten over wat goede jeugdhulp is ontbreekt nog altijd, constateren de onderzoekers. Ook hebben professionals in de jeugdzorg op dit moment te maken met ‘een te grote variëteit aan regelingen’, met onnodig veel administratie rompslomp tot gevolg. ‘Dring de grote diversiteit aan contracten terug, want die doet echt afbreuk aan de kwaliteit van de jeugdhulp’, aldus de onderzoekers.

Jongeren die aan het onderzoek deelnamen geven aan dat zij meer inspraak willen, bijvoorbeeld als het gaat om de beslissing welke hulp zij krijgen. Ook willen zij beter worden voorbereid op de overgang van de jeugdhulp naar de WMO.

Door onze redacteur Julie Wevers

Dit bericht is gepubliceerd op 30 januari 2018

button test 2