030-2299800
Blog van Els van Veen, huisarts

Autisme is geen hersenziekte

  Els van Veen Opinie okt17
 

Els van Veen (Amsterdam, 1970) is
huisarts. 
Zij kreeg in 2014 de diagnose
autisme (ASS). Omdat zij niets kon vinden
over artsen met autisme, bouwde zij in
2016 de website www.artsenmetautisme.nl

De NVA deelde onlangs een opiniestuk van journalist
Jan Robbemond uit de Volkskrant (29 oktober 2018) op Facebook. De kop van het artikel luidt: ‘Autisme is een erfelijke aandoening die ongeneeslijk is’.
Jan Robbemond reageert met zijn opiniestuk op een essay van journalist Sanne Bloemink met als titel ‘Laat die diagnose eens zitten en kijk hoe een kind wél tot bloei komt’. (de Volkskrant, 26 oktober 2018).
Bloemink pleit ervoor om problemen waar kinderen last
van hebben niet te snel te duiden als ‘horend bij autisme’. Zij schrijft: ‘Waar we vroeger veelal zochten naar pedagogische en onderwijskundige oplossingen voor problemen van kinderen, vestigen we nu de aandacht op het individuele kind, en dan vooral op het brein’.

Robbemond schrijft over autisme: ‘Het is merkwaardig dat bij het toenemen van kennis en kunde, en ver¬fijning van de diagnostiek, alleen de ¬psychiatrie het verwijt van overdiagnose treft. Niemand zal oncologen ooit verwijten dat zij met een teveel aan onderzoek een epidemie aan kankergevallen veroorzaken, of dat onderzoekers naar dementie met hun toenemende kennis ertoe bijdragen dat gemiddeld één op de vijf mensen wordt getroffen door die vooralsnog ongeneeslijke ziekte. Autisme is een erfelijke aandoening die ongeneeslijk is’.

Robbemond lijkt te denken dat autisme een ziekte is, net als kanker. Maar psychiatrische ‘stoornissen’ zijn geen ziektes zoals bijvoorbeeld neurologische ziektes dat zijn.
Ik begrijp wel dat mensen zijn gaan denken dat labels als autisme en ADHD echte ziektes zijn. Dat komt mede doordat allerlei psychiaters en hersenwetenschappers behoorlijk ‘aan de weg timmeren’ met autisme. Door er hersenonderzoek naar te doen en te speculeren over wat er ‘misgaat’ in het brein van kinderen met autisme, wekken zij de indruk dat het om een hersenaandoening gaat.

Maar autisme is medisch gezien geen ‘diagnose’ zoals bijvoorbeeld een hersentumor dat wel is. Een hersentumor is als het ware aan te wijzen in het brein als oorzaak voor bepaalde verschijnselen. Bij autisme gebeurt er niets anders dan dat mensen - psychiaters - een label plakken op afwijkend gedrag. Dat is iets anders dan een ‘verfijning van de diagnostiek’.

In feite doet de psychiatrie niets anders dan een groep ‘verschijnselen’ labelen als een ‘stoornis’. Als er een bepaalde hoeveelheid van die verschijnselen aanwezig is, kom je in aanmerking voor het label ASS.
Het bijzondere is vervolgens dat dóór die groep verschijnselen een naam te geven, er een ‘nieuwe werkelijkheid’ ontstaat. De redenering wordt nu omgedraaid: in plaats van een groep verschijnselen die we ‘autisme’ noemen als er ten minste zoveel van het rijtje samen voorkomen, wordt nu gezegd: ‘Doordat hij of zij autisme heeft, vertoont hij of zij die verschijnselen’. Hierdoor ontstaat de suggestie dat ‘autisme iets is dat je aan zou kunnen wijzen in het brein’ en dat als oorzaak fungeert voor die verschijnselen.

Het verschil tussen psychiatrische stoornissen en - bijvoorbeeld - neurologische ziektes is dat er voor neurologische ziektes en aanwijsbare oorzaak is en voor psychiatrische ‘stoornissen’ niet. Wat een stoornis wordt genoemd, wordt bepaald door de mate waarin iemands gedrag afwijkt van ‘de norm’ en die norm wordt grotendeels maatschappelijk bepaald.
De maatschappelijk norm wordt steeds minder ruim. We zijn steeds minder tolerant en gedrag wordt steeds sneller als ‘afwijkend’ beoordeeld. Logisch dat er dan steeds meer mensen en kinderen ‘buiten die norm vallen’ en labels krijgen zoals ASS.

De groep mensen die onder de grote paraplu van de ASS valt wordt zo vanzelf steeds groter. Volgens onderzoek van het CBS had in 2014 7% van de jongens en 3,5% van de meisjes in Nederland tussen de 10 en 12 jaar de diagnose autisme of een aanverwante stoornis zoals ADHD. Dat er zoveel kinderen met autisme zijn, komt doordat de manier waarop naar afwijkend gedrag wordt gekeken steeds minder tolerant wordt. En niet doordat de diagnostiek van autisme verder is verfijnd.

In die zin vond ik het opiniestuk van Sanne Bloemink een mooi pleidooi om te gaan kijken hoe wij kinderen echt tot bloei kunnen brengen, zonder dat hun ‘afwijkende’ gedrag een ‘stoornis’ wordt genoemd.

Els van Veen

Om de website goed te laten functioneren en te verbeteren gebruiken wij cookies. Als u de website verder gebruikt dan gaat u hiermee akkoord. Zie onze privacyverklaring, die ook geldt als u lid wordt of zich aanmeldt voor nieuwsbrieven.