Home Nieuws Het wonderlijke universum van Willem van Genk
20 september 2019 - Overzichtstentoonstelling in Amsterdamse Outsider Art Museum Het wonderlijke universum van Willem van Genk
Station Berlin Ost

In het Amsterdamse Outsider Art Museum is sinds deze week een overzichtstentoonstelling te zien van kunstenaar Willem Van Genk (1927-2005), de ’Koning der stations’. Het is zijn grootste expositie ooit. 

Kunstenaar Willem van Genk (1927-2005) leefde in zijn eigen universum. Hierin draaide het om zijn vele fascinaties die ook vaak terugkomen in zijn schilderijen, zoals stations (‘kathedralen’), zeppelins, treinen, trolley-bussen, lange regenjassen, klassieke muziek, het Oostblok, vrouwenhaar (liefst nat en schuimend van de shampoo óf in lange vlechten) en reclame-uitingen.

Het lijkt alsof al deze onderwerpen volgens Van Genks onnavolgbare logica nauw met elkaar waren verbonden, onderdeel waren van één universeel systeem. ‘De finale van de vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Luister daar nou eens naar’, zei hij bijvoorbeeld ooit tegen Dick Walda, één van zijn weinige vrienden en auteur van het onlangs verschenen boek Koning der Stations. ‘Dan snap je meteen waarom ik altijd die stations schilder en teken.’

Hermitage

Dankzij de deze week geopende overzichtstentoonstelling WOEST in het Amsterdamse Outsider Art Museum – onderdeel van de Hermitage – kan iedereen kennismaken met de bijzondere wereld van Van Genk. ‘Via zijn werk kun je ervaren hoe hij naar de wereld keek’, zegt curator Ans van Berkum. ‘Dat werk is volstrekt uniek, er is niets dat er op lijkt.’ Eind 2020 zal WOEST ook te zien zijn in de Hermitage in Sint Petersburg.

De huidige aandacht staat in schril contrast tot de weinige waardering die Van Genk tijdens zijn leven kreeg, enkele belangrijke uitzonderingen daargelaten. Als kunstenaar, maar zeker ook als mens. Van Genk – van wie wordt aangenomen dat hij autisme had, een dwangstoornis en een psychosegevoeligheid –  voelde zich door zijn omgeving vaak zo onbegrepen dat hij andere mensen het liefst zoveel mogelijk uit de weg ging. ‘Mensen dat was niks, die waren allemaal tegen hem’, zei galeriehouder en goede vriend Nico van der Endt onlangs in Het Parool. ‘de hele wereld was tegen hem, niemand wilde naar hem luisteren.’

Regenjassen

’Zijn hele leven was hij de underdog’, schrijft ook Walda in Koning der Stations. ‘Bespot en uitgejouwd door kinderen uit de buurt. Niet serieus genomen door zijn omgeving, zijn familie.’ Gelukkig had Van Genk zijn lange regenjassen. Daarin voelde hij zich onoverwinnelijk. ‘Zo’n jas is meer een huis, geeft bescherming’, zei hij ooit. ‘Niet alleen tegen regen, maar tegen alles wat van buiten komt. Als je er maar veel hebt, kan je niets gebeuren.’

Ruim twaalf jaar lang bracht Van Genk zes dagen per week door op de Haagse sociale werkplaats AVO – een afkorting van Arbeid voor Onvolwaardigen. Daar zette hij onder meer afwasborstels in elkaar van het merk Lola.  De baas van deze werkplaats, psychiater Nico Speijer, zag niets in de kunst van Van Genk en weigerde om hem een middagje vrij te geven om les te kunnen volgen op de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten.

Gewone huisverf

‘s Avonds ging Van Genk tekenen bij zijn zus Willy die in de Haagse Harmelenstraat woonde. In het armoedige Haagse pension waar hij een kleine kamer deelde met een andere bewoner, kwam hij tot niets. Om bij zijn zus te komen moest Van Genk een flink stuk lopen – één uur heen en één uur terug – want geld voor de tram had hij niet. De schilderijen-in-de-maak droeg hij dan met zich mee, opgerold onder zijn arm. Wie goed kijkt ziet de sporen hiervan nog terug op veel van zijn schilderijen: verticale zwarte strepen van craquelé.

Geld voor goede materialen had Van Genk trouwens ook niet. Van Berkum: ‘Hij schilderde met gewone huisverf en tekende onder meer met ballpoint. Het is echt een wonder dat we nog zoveel van zijn werk in goede staat hebben teruggevonden.’

Autonomie

Een groot geluk voor Van Genk – en voor de kunst – is dat hij in 1964 het huis in de Harmelenstraat erfde van zijn zus. Vanaf dat moment kon hij ongestoord werken aan zijn schilderijen en – veel later – zijn trolleybussen. De woning gaf hem de autonomie die hij zo hard nodig had maar tot die tijd zelden had gekregen. Veel later raakte hij die autonomie regelmatig ook weer kwijt als hij gedwongen werd opgenomen in een Haagse psychiatrische instelling. ’Anderen beslissen over je’, zei Van Genk aan het einde van zijn leven tegen vriend Walda. ‘Zelf heb je niets te zeggen. Geen moer.’

WOEST, overzichtstentoonstelling van Willem van Genk. Vormgegeven door de Belgische mode-ontwerper Walter van Beirendonck. Van 19 september 2019 tot en met 15 maart 2020 in het Amsterdamse Outsider Art Museum, onderdeel van de Hermitage.

Door onze redacteur Julie Wevers