Home Nieuws Gebruik ‘drang’ jeugdhulp groeit
31 januari 2018Gebruik ‘drang’ jeugdhulp groeit

Jeugdhulp maakt steeds vaker gebruik van drang, ondanks dat hiervoor geen wettelijk kader bestaat. ‘Zoals het nu is geregeld, dat kan écht niet’, aldus hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning die wil dat er een onderzoek komt. 

Knipkunst-gezinVolgens de gisteren verschenen Eerste_evaluatie_Jeugdwet is het gebruik van ‘drang’ in de jeugdhulp sterk in opmars. Het doel van drang – ook wel preventieve jeugdbescherming genoemd – is om gedwongen kinderbeschermingsmaatregelen te voorkomen. ‘Steeds meer ouders en kinderen krijgen in de jeugdhulp met drang te maken’, zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden en co-auteur van het evaluatierapport. ‘Het merkwaardige is echter dat hiervoor in de wet nog niets is geregeld.’

Drangmaatregelen – bijvoorbeeld door gemeentelijke wijkteams of gezinsvoogdijmedewerkers – kunnen heel ingrijpend zijn. Ouders kunnen er echter geen beroep tegen aantekenen. ‘Het gaat soms zelfs zover dat een kind uit huis wordt geplaatst en in een open jeugdinstelling terechtkomt, zonder dat hiervoor een rechterlijke machtiging is afgegeven’, zegt Bruning. ‘Ouders krijgen dan te horen dat de situatie van hun kind zal worden voorgelegd aan de kinderrechter als zij weigeren om hieraan mee te werken. Begrijp me niet verkeerd, het gebeurt vast vanuit goede bedoelingen. Maar dit kan écht niet.’

Volgens Bruning zijn ouders beter af als hun zaak daadwerkelijk wordt voorgelegd aan de kinderrechter. ‘Want dan hebben ze tenminste rechten. Probleem is echter dat zij hierover vaak niet goed worden geïnformeerd.’

Bruning wil dat er onderzoek komt naar het gebruik van drang in de jeugdhulp. ‘Elke gemeente lijkt op dit moment zijn eigen drangkader te ontwikkelen. Eerst moeten we nu meer zicht krijgen op de huidige prakijk, daarna zal er moeten worden gewerkt aan rechten voor ouders. We moeten dit netjes gaan regelen.’

Jeugdhulp kent twee soorten wettelijke kaders: het vrijwillige en het gedwongen kader. In het  gedwongen kader wordt jeugdhulp opgelegd nadat een kinderrechter een zogeheten ‘maatregel van kinderbescherming’ heeft uitgesproken. Mede onder invloed van internationale kinder- en mensenrechtenverdragen is dit sterk aan regels gebonden.

‘Het is belangrijk dat gemeenten en professionals zich realiseren dat het ingrijpen in het gezinsleven gebonden is aan strenge (inter)nationale eisen en alleen mogelijk is als daarvoor een wettelijke grondslag is’, zo staat in de Eerste evalutie Jeugdhulp. ‘Voor cliënten moet duidelijk zijn dat de regie nog bij de cliënt ligt en dreigende taal moet worden vermeden (zoals termen als ‘vrijwillig, niet vrijblijvend’). Drang mag bij de betrokkenen nooit als ‘dwang’ voelen.’

Door onze redacteur Julie Wevers

Dit bericht is gepubliceerd op 31 januari 2018

button test 2