Lidmaatschap AutismeFonds Info&advies Aanmelden zoek&vind 030-2299800
Waar gaat ophef over ADHD-onderzoek The Lancet over?

Een internationaal onderzoek in The Lancet Psychiatry over bijzonderheden in het brein van mensen met ADHD leidt tot veel wetenschappelijke discussie. Vijf vragen over wat inmiddels een ‘academische loopgravenoorlog’ heet.


ADHD-illustratie grafischWat is de conclusie van het onderzoek?

Samen met ruim tachtig andere wetenschappers uit binnen- en buitenland onderzocht de Nederlandse neurowetenschapper Martine Hoogman van het Nijmeegse Radboudumc, in totaal 1713 van MRI-scans afkomstige hersenplaatjes van mensen met ADHD en 1529 van mensen zonder de aandoening.
Eén van conclusies luidt dat kinderen met ADHD vijf hersengebieden hebben die kleiner zijn, op groepsniveau. Hiermee staat volgens Hoogman vast dat ADHD een hersenaandoening is.


Hoe luidt de kritiek?

De Amerikaanse website Mad in America, die kritisch staat tegenover de medicalisering van gedrag in de hedendaagse psychiatrie, is een petitie gestart waarin The Lancet Psychiatry wordt oproepen om de publicatie in te trekken. De conclusie dat kinderen met ADHD kleinere hersenen hebben wordt niet onderbouwd door de onderzoeksdata, aldus de petitie die inmiddels door bijna duizend mensen is ondertekend.

Verschillende Nederlandse wetenschappers uitten onlangs hun zorgen over Hoogmans claim dat ADHD een hersenaandoening is op de site van The Lancet Psychiatry, onder wie hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, hoogleraar psychiatrie Jim van Os en psycholoog Laura Batstra. Ook vinden zij dat het aangetoonde verschil tussen de hersenen van kinderen met en zonder ADHD verwaarloosbaar klein is.


Wat is de reactie van de auteurs?

Zij beamen dat de verschillen zeer klein zijn en bovendien slechts zichtbaar op groepsniveau. En dat zij dus niets zeggen over de hersenen van individuele mensen met ADHD. Maar dat geldt volgens Hoogman en collega’s voor veel meer officieel erkende psychiatrische aandoeningen, bijvoorbeeld voor depressies.


Werkt Hoogmans conclusie stigmatisering in hand?

Hoogman hoopt met haar onderzoek af te rekenen met het vooroordeel dan ADHD heeft te maken met zaken als een slechte opvoeding. Op die manier draagt zij volgens eigen zeggen bij aan het tegengaan van stigmatisering.

Van Os en De Winter denken daar anders over. Zij vinden het zorgelijk dat diagnoses en biologische verklaringen tegenwoordig steeds vaker nodig blijken, zodra iemand ook maar enigszins afwijkt van het gemiddelde. En in een opiniestuk in Trouw schreef Batstra onlangs naar aanleiding van Hoogmans onderzoek:  ‘Het met ADHD gediagnosticeerde kind betaalt de prijs. Dat kind krijgt de onterechte, stigmatiserende en invaliderende boodschap dat het een hersenziekte heeft. Het in stand houden van biomedische hersenmythes met dit soort ongefundeerde en verregaande claims schaadt kinderen.’


Waar komt deze controverse plotseling vandaan?

In een deze maand verschenen artikel in het tijdschrift Kind en Adolescent schrijven psychologen Nanda Rommelse en Patrick de Zeeuw - beiden co-auteur van Hoogmans publicatie - dat er zowel binnen als buiten de wetenschap een ‘terugkerende behoefte’ bestaat om de ‘echtheid’ van ongrijpbare psychische aandoeningen als ADHD aan te tonen.  De in de wetenschap immens populaire hersenplaatjes lijken dit te doen - het is echter nog maar de vraag of dit klopt. Want, zo beaamt ook Hoogmans in een reactie op de site van The Lancet Psychiatry, het staat allerminst vast dat er een direct causaal verband bestaat tussen verschillen in de hersenen en aandoeningen als ADHD.

Volgens Rommelse en De Zeeuw is ADHD is geen ‘ziekte’ die door middel van een hersenscan kan worden opgespoord. Wel staat volgens hen vast dat het gaat om een stoornis. ‘De symptomen zijn kwalitatief niet verschillend van gedrag dat deel uitmaakt van de normale ontwikkeling, maar onderscheiden zich enkel door de ernst en de aanhoudendheid ervan.’


Door onze redacteur Julie Wevers